De renaissance, de wedergeboorte van de Oudheid als teken voor vrijheid in tegenstelling tot de donkere Middeleeuwen,
uitte zich in alle aspecten van de samenleving. De vroegperiode van deze stijl is in Duitsland niet zo uitgesproken.
De hoog-renaissance leefde hier van 1500 tot 1560. De laat-renaissance uitte zich in het manierisme van 1560 tot 1610.
Speciaal in Noord-Duitsland is de Weserrenaissance langsheen de Weser. Typisch hiervoor zijn de kunstvol versierde
puntgevels, de Bossenquader (ruw gehouwen quaderzandsteen), stand-erkers en tweedelige vensters. Ook komen hier en daar
voorbeelden voor van de baksteenrenaissance in het noorden van Duitsland, een uitvoering van de renaissance met baksteen
wegens gebrek aan natuursteen (cfr: baksteengotiek).